Paul Demets, ‘De hazenklager’

Do. 8 oktober 2020

DeHazenklager

Op de achterkant

Waarom zijn we niet tot meer bereid, terwijl we weten dat de natuur, het milieu en het klimaat onder druk staan, de verstedelijking steeds toeneemt en het platteland verdwijnt? Omdat we ons superieur voelen? Mens, dier en natuur zijn meer met elkaar verweven dan we willen toegeven. Vier jaar lang observeerde Paul Demets als plattelandsdichter planten, dieren en mensen en dacht hij na over onze omgang met de natuur. De hazenklager – waarin het antropocentrisme op de schop gaat – is zijn vurige pleidooi voor het aanvaarden van andersheid, vreemdheid en ambiguïteit.

Over de dichter

Gedichten online

  • Zoönose [2]‘ – p. 40 – op Neerlandistiek
    Paul Demets leest het zelf voor op Pompidou – zie hieronder – op minuut 11:50.
  • Zoönose [3]‘ – p. 41 – Paul Demets leest het gedicht ook voor (op vrt nws)
  • Zoönose [4]‘ – p. 42
  • Zoönose [7]‘ – p. 45 – Paul Demets leest het gedicht voor op De Taalstaat – zie hieronder – op minuut 8:57.
  • Mutatie [1]‘ – p. 59 – op Wouter van Heiningen / Zichtbaar alleen
  • Degeneratie [1] – p. 69 – én de volledige cyclus ‘Diffusie’ – p. 49 e.v. – op Frank Verhallen / Gedicht gedacht
  • Op Boekenmarathon en Boekenfeest (VRT) begint een interview over de bundel met het voorlezen van Enculturatie [6] – p. 34 en eindigt met Zoönose [1] – p. 39 op minuut 12:39
  • De cycli ‘Mutatie‘ (p. 59 e.v.) en ‘Degeneratie‘ (p. 69 e.v.) staan op Poetry International – de 14 gedichten worden ook door de dichter voorgelezen.

Paul Demets over ‘De hazenklager’

  • Een telefooninterview op Klara in het programma ‘Pompidou’ – mét het geluid dat een hazenklager maakt – op minuut 3:24.
 
 
© schermafbeelding: https://www.waidmann-shop.com/
  • Een telefooninterview op NPO1 – Radio 1 in het programma De Taalstaat.
  • Interview in ‘De Morgen’: Plattelandsdichter Paul Demets: ‘Ik kreeg een klaterend applaus van de koeien’ (enkel voor abonnees).
    Een citaat:
    Voor Demets markeert het plattelandsdichterschap een dramatisch sleutelmoment in zijn leven. Het bleek dé strategie om weer op te krabbelen. “In 2015 beleefde ik een bijna-doodervaring door een hartstilstand. Een fysieke maar ook een zware mentale klap. Wat moest ik nu doen met mijn leven? Het roer omgooien? Of toch les blijven geven én dichten? Nog tijdens mijn herstelperiode liet ik me door deze opdracht uit mijn schrijfkamer jagen. Door uit mijn comfortzone te treden, kon ik mezelf weer opbouwen.”
  • Soortgelijke interviews voor de abonnees van Knack, De Standaard en NRC Handelsblad.

Recensies

  • (Paul Demets) tast zorgvuldig alle mogelijkheden van de taal af en heeft met de jaren een typische poëtica opgebouwd. Verrassende en betekenisvolle beelden waarbij hij er angstvallig over waakt niet in een stuitend hermetisme te vervallen. Wellicht om die reden duidt hij in een verantwoording de afzonderlijke cycli van ‘De hazenklager’. Een titel die verwijst naar een blaasinstrument door jagers gebruikt – het bootst het geluid na van een gewonde haas – om vossen te lokken.
    Diepzinnig struinen op het platteland, door Karel Alleene (Cutting Edge)
  • (Paul Demets) belicht in zijn nieuwe poëzie de verwevenheid van mens, dier, natuur en samenleving. Dat doet hij met een klinische en tegelijk diep betrokken blik. Klinisch in de ab­stracte titels die zijn zeven reeksen van steeds zeven gedichten kregen, ‘Liminaliteit’, ‘Enculturatie’, ‘Zoöno­se’; geëngageerd in de voorzichtige taal en de langzame beelden waarmee hij die begrippen invulling geeft.
    Dichter Paul Demets over hoe het dier menselijk is gemaakt door Janita Monna (Trouw)
  • ‘De aangelanden’ en ‘De hazenklager’ – de nieuwe ‘reguliere’ of ‘autonome’ bundel zou je kunnen zeggen – zijn duidelijk broertjes van elkaar. Een opmerkelijk beeld dat in beide te vinden is, is dat van de kano die voortgeroeid wordt terwijl dieren toekijken. In ‘De aangelanden’ merkt de roeier dat zijn voeten in slijk zijn veranderd, in ‘De hazenklager’ zit hij tegenover een jij-persoon die die soms in een dier lijkt te veranderen: ‘Je rug lijkt / een zachte vacht, je staart zwaait als je roeit, maar slechts half.’ Dit gedicht maakt deel uit van de reeks ‘Zoönose’: een term die staat voor ziektes die van dier overgedragen worden op de mens. Die overdraagbaarheid past goed bij de alles behalve vastgeklonken identiteiten in Demets’ poëzie, maar ook bij het centrale thema van ‘De hazenklager’: de mens die buiten de natuur denkt te staan en zich hoogmoedig en ondankbaar tegenover de natuur opstelt. Mens, dier en plant vloeien in deze gedichten echter constant in elkaar over, hoe ongemakkelijk dat ook kan zijn. In een van de gedichten in ‘Zoönose’ proberen de ‘ik’ en de ‘jij’ elkaars plaats over te nemen in de kano; je ziet direct voor je wat een lastige onderneming dat is: de balans proberen te behouden en niet om te slaan.
    Van plaats wisselen in de kano door Maarten Buser (Athenaeum Boekhandel)
  • Demets is nooit een toeschietelijk dichter geweest, voor vloeiende lyriek ben je bij hem aan het verkeerde adres. De taal is hard, naar het verband tussen de zinnen moet je vaak een tijdje zoeken, en het feit dat kernwoorden en motieven steeds opnieuw opduiken zet je als lezer aan het werk. De bundel lijkt een gesloten systeem waarvan de werking zich pas na enkele malen lezen prijsgeeft. Maar als je in dit labyrint eenmaal je weg gevonden hebt, dan kom je er, paradoxaal genoeg, niet meer zo gemakkelijk uit weg, want Demets schrijft indringend over grote kwesties.
    Cirkels schrijven door Piet Gerbrandy (De Reactor)
  • Hoe groot en onomstotelijk het belang van de milieuproblematiek die meespeelt in deze bundel ook is, en hoezeer die problematiek ook aanzet tot een gedragsverandering, het doet Demets’ virtuoze poëzie geen recht om De hazenklager te herleiden tot een soort klinkklare actuele boodschap. 
    De taal die op je jaagt door Nadia Sels (DW B)

Analyse

Mijn aandachtige lezing van Zoönose [2] – p. 40