Roland Jooris, ‘Vertakkingen’

2 juni 2022, 19.45 uur

(inleiding: 19 mei, 19 uur)

Vertakkingen
Tik of klik op de afbeelding
om de bundel te bestellen

Op het achterplat

De poëzie van Roland Jooris is ongrijpbaar, als zonlicht. Bundel na bundel snoeit hij woorden, dunt hij de taal steeds verder uit, tot de inkt wijkt en het wit breeduit over de bladzijden valt. (…) Jooris verkent, voorzichtig zoekend en tastend, de grenzen af van het niets.

Roland Jooris (Wetteren °1936)

Voor een overzicht van de indrukwekkende literaire carrière van Roland Jooris, met een bijzonder rijke oogst aan dichtbundels (inclusief bibliofiele uitgaven: 50!): zie Poëzie-centraal en Schrijversgewijs.

Roland Jooris over zijn gedichten, voorgelezen in een interview in ‘De corridor’ – zie verder:

  • “Ik spreek niet graag over zuivere poëzie, liever heb ik het over rauwe poëzie. In het gedicht wil ik de weerbarstigheid van het ontstaan ervan voelen. De sporen van het schuren moeten zichtbaar blijven. De drang naar het volmaakte, mag het onaffe niet camoufleren.”
  • Als het dichtklapt, luidt de titel van één van mijn bundels. Het klappen van de vogel zit erin, het vliegen en het neerstrijken, maar ook de handeling van het dichten, het dichtmaken van het gedicht tot iets compacts. Het is ook een val, want je wordt erin dichtgeklapt. Het gedicht houdt ons in zijn greep en heeft zijn ultieme geheim niet prijs.”
  • “In een recensie van mijn bundel Als het dichtklapt, schreef Paul Demets: ‘In zijn gedichten wringt er van alles.’ Dit is mijn droom: gedichten als gewrichten, die wringen in hun eigenzinnige weerloosheid.”
  • “Poëzie is maar helder als ze voldoende duisternis toelaat. Hoe helder is de donkerte in mijn werk.”

Vertakkingen

De bundel bevat 5 cycli, 32 gedichten in totaal – 871 woorden (inclusief titels) (bron). Online vind je deze gedichten:

Voor nog acht andere gedichten, zie Recensies.

De dichter leest voor

‘Giacometti’ (p.19) – met een korte inleiding:

‘Giacometti’ (p.19), ‘Afgelegen’ (p.18), ‘Al lijkt het vanzelfsprekend’ (p. 51) en ‘Venster’ (p.33):

Recensies

Enkele stemmen over de bundel:

Het gedicht ‘Enkelvoud’, opgenomen in de cyclus ‘Ginds’, geschreven bij werk van Roger Raveel, vat samen wat Roland Jooris als dichter voor ogen staat: ‘Tastbaar / abstract / het autonoom gedichte / van een uiteindelijke / leemte // een hijgend / luisteren naar adem / op een blad // wit en volledig’ (p. 35) Het wit van het blad dat mede door de spaarzaamheid waarmee de dichter omgaat met de woorden een volledigheid beoogt in de betekenisruimte die wordt gecreëerd. 
Recensie van Jooris van Hulle in Kunsttijdschrift Vlaanderen

Zijn poëzie roept niet alleen het picturale en het ambachtelijke, maar ook het sculpturale op. Jooris werkt met de weerbarstige materie van de taal en maakt haar tastbaar. Hij kapt en snijdt zijn gedichten tevoorschijn tot ze naakte taallichamen worden. Met het creëren van schoonheid heeft dat niets te maken. In zijn streven zit ook een besef van onmacht: je kan de werkelijkheid onmogelijk helemaal laten zien. Altijd is er iets dat ontsnapt. Roland Jooris toont dit, vertrekkend van het wit van het papier. Hij blijft schrijven vanuit een paradox: iets maken waarvan hij weet dat het nooit volmaakt en af zal zijn. Vandaar dat zijn gedichten vaak over de wording gaan en als poëticale gedichten kunnen worden gelezen. Er zit een grote vitale kracht in, een onrust ook, omdat de taal ‘hoekig vertakt’ en op die manier ‘dieper tast’ naar de ‘onpeilbaarheid’, zoals we in het openingsgedicht van ‘Vertakkingen’ kunnen lezen. Het concrete laat hij in een hoger verband zien. Het is een soort aardse mystiek, als zoiets zou bestaan.
Hoekig vertakte verzen, Paul Demets in De Standaard (scrol op de pagina naar Besprekingen)

Deze bundel balanceert op een paradox. Puur talig gezien lijkt Jooris meestal niet voorbij de beschrijving te komen. Maar de schaarse en precies gekozen woorden spinnen een web tussen elkaar en geven de gedichten een sterke, gelaagde, intrigerende, nauwelijks uit te leggen betekenis. Deze ogenschijnlijk kleine poëzie is een grote prijs waardig.
Tast diepte naar onpeilbaarheid, recensie door Roel Weerheijm voor Poëzieclub (Awater)

De korte regels met hun woordkarigheid dwingen de lezer om te verspringen, om verbanden te leggen, om zelf de sprong te maken die ook de dichter maakt. Alles wordt zo als het ware even stilgelegd waardoor afzonderlijke woorden en indrukken op zichzelf staan, en pas in het vervolg een samenhang met andere uitspraken krijgen. Ieder gedicht demonstreert zo zelf de vertakkingen waarvan in de titel sprake is. Daarbij ontstaat in de meeste verzen een dynamiek die subtiel voert van het (nauwelijks) waarneembare tot het abstracte: de afwezigheid, de onpeilbaarheid…
Recensie door Dirk De Geest voor MappaLibri

 Jooris’ gedichten zijn stuk voor stuk abstracte kunstwerkjes. De lezer belandt in een voorstelling, uiteindelijk zijn eigen voorstelling, zoals iemand die naar een abstract schilderij kijkt: voor wie daarvan houdt, een rijkdom aan betekenis, voor een ander wellicht een kwelling.
‘Een volmaakt hiaat binnen het gaaf geschaafde’, recensie door Dietske Geerlings op Tzum, met het gedicht ‘Hoekig’ (p. 9)

Jooris blijft een dichter van bedrieglijk schrale gedichten die zo rijk zijn aan zeggingskracht dat ze bij een zoveelste herlezing maar blijven verrassen. ‘Vertakkingen’ is dan ook een bundel voor fijnproevers.
Roland Jooris blijft een zuinig dichter, recensie door Karel Alleene op Cutting Edge, met het gedicht ‘Venster’ (p. 33)

Onwillekeurig komt daarbij de vergelijking op met het werk van de componist Philip Glass, die tot de minimalisten gerekend wordt, een term die ook van toepassing is op Jooris.
Beiden proberen met zo weinig mogelijk middelen een zo groot mogelijke impact te bereiken en door te dringen tot wat zij als het wezenlijke zien van respectievelijk de muziek en de dichtkunst. Jooris gebruikt daarvoor korte gedichten met eveneens korte regels, veel verspringingen en witregels, om de nadruk te leggen op zijn observaties en de interpretatie daarvan.

Tijdloze gedichten met steeds een ander perspectief, recensie door Hettie Marzak op Literair Nederland, met de gedichten ‘Giacometti’ (p. 19), ‘Sfumato’ (p. 30) en ‘Vaak tracht ik te zoeken’ (p. 50)

Hoewel ik het vakmanschap van de dichter onderken, raak ik niet thuis in de denkerigheid en de negatie van suggestie, waarvan deze bundel vol is. Wie zich ‘in deze andere tak’ van de kunsten beter op zijn plek voelt dan ik, kan de bundel zonder risico op teleurstelling aanschaffen.
Met een bescheiden waarschuwing vooraf: hij kost je wel bijna twee eurocent per woord
.
Uitgebeende schraalte, recensie door Peter Vermaat op Meander, met de gedichten ‘Als een volmaakt’ (p.41), ‘Vaak tracht ik te zoeken’ (p. 50), ‘Veel verder dan’ (p. 49), ‘In de veronderstelling’ (p.48)

Beknopte genealogie van de aura. Over Vertakkingen van Roland Jooris door Geertjan de Vugt op DW B, met de gedichten ‘Hoekig’ (p.9), ‘Wegens het onbestemde’ (p. 10), ‘Schemer’ (p. 23) en ‘Venster’ (p. 33) – zonder vermelding van de titel.

Analyse van enkele gedichten